Beoordeling en begeleiding

Op deze pagina vindt u informatie over:
- Studiebegeleiding
- Keuzebegeleiding
- Persoonlijke begeleiding
- Omgaan met faalangst
- Sociale vaardigheidstraining
- Zorgadviesteam
- Pesten
- Sociale Media Protocol
- PlusPunt
 
We doen er alles aan om de leerlingen een fijne tijd op onze school te bezorgen. We willen dat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Soms is daarvoor een steuntje in de rug nodig. Het vmbo in Hardenberg heeft een team van gespecialiseerde medewerkers en een breed pakket aan extra begeleiding voor leerlingen die dat op verschillende manieren nodig hebben. Wij bieden hen:
• studiebegeleiding (hulp bij het leren)
• keuzebegeleiding (hulp bij het kiezen van vakken en studierichting)
• persoonlijke begeleiding (begeleiding bij persoonlijke problemen)

Studiebegeleiding

De mentor, de vakdocent en de remedial teacher geven begeleiding bij het leren. In de onderbouw verzorgt de mentor de studieles. Daarin worden vaardigheden als het vullen van de agenda, het werken met studieplanners en het zelfstandig werken behandeld. Als een leerling bepaalde lesstof niet begrijpt, kan hij terecht bij de vakdocent. Is dit niet voldoende, dan springt de remedial teacher bij. Deze ondersteunt de docenten in het geven van extra begeleiding en gaat zelf met leerlingen aan het werk.

Keuzebegeleiding

Tijdens de schoolloopbaan moet de leerling een aantal keuze maken:
- welk vakkenpakket past bij hem of haar.
- welke vervolgopleiding wordt gekozen.
Vakdocenten geven adviezen, de mentor begeleidt het proces. Soms blijft het kiezen van de juiste richting moeilijk en daarom krijgt de leerling ondersteuning van de schooldecaan. De schooldecaan is een docent, die leerlingen begeleidt bij de talrijke keuzemomenten tijdens hun schoolloopbaan en bij de weg naar die keuzemomenten. Hij geeft voorlichting aan ouders en onderhoudt de contacten met de vervolgopleidingen.

Persoonlijke begeleiding

De mentor en de leerlingbegeleider zijn er voor de meer persoonlijke begeleiding. De mentor is de spil in het schoolbestaan van de leerling. Hij is op de hoogte van de studieresultaten, de persoonlijke situatie en de thuissituatie. De mentor staat altijd open voor een gesprek, zowel met de leerling als met de ouders.
Voor de meer persoonlijke problemen kan een leerling terecht bij onze leerlingbegeleiders. Zij zijn speciaal voor dit werk opgeleid. Ze zoeken samen met de leerling naar mogelijkheden om problemen te verwerken of op te lossen. Enkele voorbeelden van problemen waarbij een leerlingbegeleider kan helpen zijn: faalangst, ruzie, een dip op school of moeilijkheden thuis. De leerling mag alleen of bijvoorbeeld met een vriend of vriendin langskomen. In een aantal gesprekken gaan leerling en leerlingbegeleider samen na wat het probleem is, wat de leerling eraan kan doen en wat de leerlingbegeleider kan bijdragen. Eventueel volgt een verwijzing naar externe hulpverleners.

Omgaan met faalangst

Een verhaal voor de klas presenteren, een mondelinge overhoring krijgen of een spreekbeurt houden, bezorgt veel kinderen kriebels in de buik. Dat soort spanning is normaal. Maar als kinderen er slapeloze nachten van hebben, wordt het een ander verhaal. Mogelijk is er dan sprake van faalangst. Onzekerheid over het functioneren, de schoolprestaties of de omgang met leeftijdsgenoten kan de oorzaak zijn. Daar is wat aan te doen. In de eerste klas kan een training worden gevolgd om beter te leren omgaan met faalangst. Hiervoor wordt een schoolvragenlijst ingevuld. Daarna volgt een gesprek met de mentor en de leerlingbegeleider om te polsen of hij aan de training wil meedoen. Na een aantal lessen is het zelfvertrouwen gegroeid en kan hij beter omgaan met spanningen.

Sociale vaardigheidstraining

Voor veel leerlingen is de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs een ingrijpende gebeurtenis. Ze krijgen te maken met een nieuw leersysteem, verschillende docenten, andere lokalen. Hoewel de meesten snel wennen, gaat het de eerste tijd soms met vallen en opstaan. Sommige leerlingen vinden het moeilijk om voor zichzelf op te komen. Anderen vinden het lastig om op de juiste manier te reageren op medeleerlingen. Via een sociale vaardigheidstraining worden ze zich daar bewust van. Vervolgens leren ze hoe ze er anders mee kunnen omgaan. Het zelfvertrouwen groeit daardoor, zodat kinderen zich te midden van anderen weer beter redden. Onderwerpen die aan de orde komen zijn: hoe ga je om met moeilijke persoonlijke of sociale situaties (zoals vervelende reacties van anderen), hoe maak je contact? Door deze oefeningen krijgen kinderen een positiever zelfbeeld. Ze ervaren dat zij er ook mogen zijn.

Zorgadviesteam

Voor een beter begrip van leer- of gedragsproblemen is het soms verstandig met verschillende hulpverleners te overleggen. Dat doen wij binnen het ZorgAdviesTeam (ZAT) van de school. Het team bestaat uit:
• de zorgcoördinator
• de leerlingbegeleider
• de leerplichtambtenaar
• de schoolarts
• de orthopedagoog
• de contactpersoon van het Samen Doen-team

Pesten

De school wil een prettige omgeving zijn voor iedereen. We doen er daarom alles aan om pesten te voorkomen. Tijdens de mentorles in de onderbouw neemt de mentor het pestprotocol met de leerlingen door. Uitgangspunt is: iedereen moet zich thuis voelen. Het belangrijkste uitgangspunt van onze school is: direct actie nemen wanneer we merken dat er gepest wordt. Daarnaast zijn er een paar belangrijke regels die wij bespreken met de leerlingen.
De belangrijkste regel is dat bij pesten iedereen de taak heeft de mentor te informeren. We willen immers dat iedereen zich thuis voelt in de klas en op school.
Bij pesten zet de mentor de volgende stappen:
• Praten met de gepeste leerling.
• Contact opnemen met de ouders van de gepeste leerling.
• Zo nodig informeert de mentor de leerlingbegeleider.
Hij kan de begeleiding overnemen.
• Afhankelijk van de situatie:
a) maken we gebruik van de No-Blame Methode, een methode waarbij je een ieder verantwoordelijk maakt,
b) worden de pester(s) aangesproken,
c) volgt een gesprek met gepeste leerling en pester(s) samen,
d) wordt de rest van de (zwijgende) klas op zijn verantwoordelijkheid gewezen en maken de leerlingen afspraken om het pesten te stoppen.

Social Media Protocol

Wij zijn ons ervan bewust dat social media een onlosmakelijk onderdeel zijn van de huidige samenleving en de leefomgeving van haar leerlingen, hun ouders en andere belanghebbenden zoals o.a. omwonenden en de gemeente. Het Vechtdal College ziet het als haar verantwoordelijkheid om kinderen te leren de voordelen van social media te benutten alsmede de nadelen bespreekbaar te maken. Social Media vormen onderdeel van onze school. Daarom hebben wij een social media protocol. Het protocol beschrijft wat de school verwacht van leerlingen, ouders en medewerkers als het gaat om het gebruik van social media. Het geeft richtlijnen, die als leidraad dienen voor hoe te handelen op social media. Ook beschrijft het protocol ook duidelijk de grenzen van het toelaatbare en wat de consequenties zijn bij overschrijding van deze grenzen.
Het protocol is te downloaden op de website van de school, onder het kopje Praktische informatie –> Reglementen.

PlusPunt

We willen alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben voldoende hulp aanbieden. Hiermee geven we vorm aan passend onderwijs.

Onze school ziet die verantwoordelijkheid niet alleen in het bieden van hulp in de klas, maar ook in het creëren van een vaste plek waar zorg verleend kan worden: het PlusPunt.

Leerlingen kunnen er terecht om bijvoorbeeld hulp te krijgen met plannen, ze kunnen even de drukte vermijden als een OLC (open leercentrum) te druk voor ze is, ze kunnen een vervolgstap maken als de grens van remedial teaching is bereikt.

Die hulp krijgen ze van twee begeleiders. Verder zijn er drie docenten betrokken bij het PlusPunt, er is een medewerkster die verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken terwijl de leiding berust bij de zorgcoördinator.