Beoordeling & begeleiding

Op deze pagina vindt u informatie over:
- Cijfers, rapporten en bevorderen
- Toetsing en afsluiting
- Begeleiding (algemeen)
- Studiebegeleiding
- Begeleiding bij leerproblemen
- Dyslexiebegeleiding
- Keuzebegeleiding
- Persoonlijke begeleiding
- Pesten
- Sociale vaardigheidstraining
- Zorgadviesteam
- Omgaan met faalangst
- PlusPunt
 

 

Cijfers, rapporten en bevorderen

Aan het begin van het schooljaar krijgen de leerlingen informatie over de proefwerkregelingen. We leggen bijvoorbeeld uit hoe we toetsen beoordelen en hoe de berekening van rapport- en overgangscijfers in zijn werk gaat. De cijfers van de leerlingen worden bijgehouden in het programma Magister. Ouders krijgen een code waarmee ze te allen tijde de cijfers van hun zoon of dochter in Magister kunnen volgen. We vragen leerlingen om ook zelf hun resultaten bij te houden.
Drie keer per jaar ontvangen de ouders een rapport, eventueel met toelichting. De beslissing over de bevordering nemen de docenten en teamleider tijdens een speciale rapportvergadering. De daarbij geldende regels delen we vóór 1 december mee in een bijlage bij onze nieuwsbrief. Een leerling mag één keer een klas doubleren. Dreigt dit voor de tweede keer binnen een leerjaar te gebeuren, dan moet de leerling een andere leerweg kiezen. In twee opeenvolgende jaren is doubleren ook niet toegestaan. Twee keer opeenvolgend doubleren is meestal een signaal dat de leerling niet op de goede plek zit.
De bevorderingsregelingen voor de bovenbouw staan in het Programma van Toetsing en Afsluiting en vindt u op onze website (www.vechtdalcollege.nl > Praktische informatie > PTA).

Toetsing en afsluiting

Er wordt van elke leerling verwacht dat hij alle lessen actief bijwoont, zijn huiswerk maakt en zijn boeken en andere leermiddelen bij zich heeft. Is een leerling zonder verklaring afwezig of maakt hij zijn huiswerk niet, dan spreken we hem op dat gedrag aan en nemen we contact op met de ouders. Kan een leerling vanwege ziekte de lessen niet bijwonen, dan vangen we dit samen op. De school hanteert een speciale regeling rond huiswerk, proefwerken, absentie en ziekte. Elke leerling ontvangt deze aan het begin van het schooljaar in de vorm van een schoolwijzer, maar de regeling staat ook op de website. Vanaf leerjaar vier starten we met het examenprogramma dat is vastgelegd in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Hierin staat wat we per vak toetsen of aan opdrachten verwachten. In dit PTA kan de leerling zelf de behaalde resultaten bijhouden.

Begeleiding (algemeen)

We doen er alles aan om de leerling een fijne tijd op onze school te laten hebben. We willen dat de leerling zich optimaal kan ontwikkelen. Ouders kunnen contact opnemen met de mentor als ze hun zoon of dochter besproken willen hebben door de docenten.
Soms heeft een leerling een extra steuntje in de rug nodig. Wij hebben een team van gespecialiseerde medewerkers en een breed pakket aan extra begeleiding voor leerlingen die dat op verschillende manieren nodig kunnen hebben:
• studiebegeleiding, remedial teaching, dyslexiebegeleiding (hulp
bij het leren)
• keuzebegeleiding (hulp bij het kiezen van vakken en studierichting)
• persoonlijke begeleiding (begeleiding bij persoonlijke problemen)

Studiebegeleiding

De mentor en de vakdocent geven de leerling begeleiding bij het leren. De mentor verzorgt de studieles. Daarin worden vaardigheden als het invullen van de agenda, het werken met studieplanners en het zelfstandig werken behandeld. Als de leerling bepaalde lesstof niet begrijpt, kan hij terecht bij de vakdocent. Is dit niet voldoende, dan kijken we in overleg met de ouders welke hulp verder nodig is.

Begeleiding bij leerproblemen

Bij leerproblemen kan de leerlingbegeleider extra ondersteuning bieden. Hij bekijkt welke hulp het meest passend is en welke zorg onze school kan bieden. Ons uitgangspunt is de leerling zo te helpen dat hij zich optimaal ontwikkelt binnen zijn mogelijkheden.

Dyslexiebegeleiding

Heeft de leerling dyslexie (lees- of spellingsproblemen) dan krijgt een leerling een dyslexiekaart met daarop vermeld van welke hulpmiddelen de leerling gebruik kan maken. Dit kan variëren van extra tijd bij proefwerken tot een ondersteunend computerprogramma als b.v. Kurzweil. Gespecialiseerde leerkrachten kunnen tijdelijk extra begeleiding bieden. De dyslexiespecialist is de contactpersoon voor zaken rondom dyslexie.

Keuzebegeleiding

Tijdens de schoolloopbaan moet een leerling een aantal keuze maken:
- Welk profiel of vakkenpakket kiest hij?
- Wat gaat hij doen na het Vechtdal College? Naar het hbo of de universiteit?
Vakdocenten geven steeds adviezen, de mentor begeleidt dit proces. Toch blijft het kiezen van de juiste richting soms moeilijk en daarom krijgt de leerling ondersteuning van de schooldecaan. De schooldecaan is verantwoordelijk voor het gehele keuzeproces.

Persoonlijke begeleiding

De mentor en de leerlingbegeleider zijn er voor de meer persoonlijke begeleiding van uw zoon of dochter. De mentor is op de hoogte van de studieresultaten, de persoonlijke situatie en de thuissituatie. Hij heeft regelmatig contact met al zijn leerlingen en hun ouders. Voor de meer persoonlijke problemen kan de leerling terecht bij onze leerlingbegeleider. Ze zoeken samen met de leerling naar mogelijkheden om problemen te verwerken of op te lossen. Enkele voorbeelden van problemen waarbij een leerlingbegeleider kan helpen zijn: faalangst, ruzie, een dip op school of moeilijkheden thuis.
In een aantal gesprekken gaan leerling en leerlingbegeleider samen na wat het probleem is, wat de leerling eraan kan doen en wat de leerlingbegeleider kan bijdragen. Eventueel volgt een verwijzing naar andere hulpverleners.

Pesten

De school wil een prettige omgeving zijn voor iedereen. We doen er daarom alles aan om pesten te voorkomen. Tijdens de mentorles aan het begin van het schooljaar neemt de mentor het pestprotocol met de leerlingen door. Bij pesten heeft iedereen de taak de mentor of docent te informeren. Zijn leerlingen van onze school betrokken bij pesten , dan gelden de regels niet alleen op school maar ook elders. Dus ook op weg naar huis en in de buurt! Wordt een leerling onder druk gezet om te zwijgen, dan is het zijn recht en plicht de hulp van een mentor, docent, leerlingbegeleider of teamleider in te roepen.
Bij pesten is de mentor het eerst aan zet. Hij praat met de gepeste leerling, en neemt contact op met de ouders van de gepeste leerling. Zo nodig informeert de mentor de leerlingbegeleider. Afhankelijk van de situatie wordt(en) de pester(s) aangesproken, volgt een gesprek met gepeste leerling en pester(s) samen, wordt de rest van de (zwijgende) klas op zijn verantwoordelijkheid gewezen en maken de leerlingen afspraken om het pesten te stoppen. We gebruiken hiervoor de methode No Blame.
De mentor controleert het naleven van de gemaakte afspraken. Leeft de pester de afspraken niet na, dan volgt contact met zijn ouders, en wordt de teamleider van de betrokken leerling(en) op de hoogte gesteld.

Sociale vaardigheidstraining

Hoewel de meeste leerlingen snel wennen aan hun nieuwe leven op het voortgezet onderwijs, levert de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs voor sommige leerlingen spanningen op. Via een sociale vaardigheidstraining leren leerlingen hoe ze met die spanning om kunnen omgaan. Het zelfvertrouwen groeit, zodat ze zich te midden van anderen beter weten te redden. Onderwerpen die aan de orde komen zijn: hoe ga je om met moeilijke, persoonlijke of sociale situaties (zoals vervelende reacties van anderen), hoe maak je contact? We werken aan een positief zelfbeeld. De leerling ervaart dat hij er mag zijn om wie en wat hij is.

Zorgadviesteam

Voor een beter begrip van leer- of gedragsproblemen is het soms verstandig met verschillende hulpverleners te overleggen. Dat doen wij binnen het ZorgAdviesTeam (ZAT) van de school. Het team bestaat uit:
• de teamleider en leerlingbegeleider
• de leerplichtambtenaar
• de schoolverpleegkundige/schoolarts
• een jongerenwerker van het Bureau Jeugdzorg Overijssel
• een maatschappelijk werker van Carinova

Omgaan met faalangst

Een verhaal voor de klas presenteren, een mondelinge overhoring krijgen of een spreekbeurt houden, bezorgt veel kinderen kriebels in de buik. Dat soort spanning is normaal. Maar als kinderen er slapeloze nachten van hebben, wordt het een ander verhaal. Mogelijk is er dan sprake van faalangst. Onzekerheid over het functioneren, de schoolprestaties of de omgang met leeftijdsgenoten kan de oorzaak zijn. Daar is wat aan te doen. In de eerste klas kan een training worden gevolgd om beter te leren omgaan met faalangst. Hiervoor wordt een schoolvragenlijst ingevuld. Daarna volgt een gesprek met de mentor en de leerlingbegeleider om te polsen of hij aan de training wil meedoen. Na een aantal lessen is het zelfvertrouwen gegroeid en kan hij beter omgaan met spanningen.

PlusPunt

We willen alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben voldoende hulp aanbieden. Hiermee geven we vorm aan passend onderwijs.

Onze school ziet die verantwoordelijkheid niet alleen in het bieden van hulp in de klas, maar ook in het creëren van een vaste plek waar zorg verleend kan worden: het PlusPunt.

Leerlingen kunnen er terecht om bijvoorbeeld hulp te krijgen met plannen, ze kunnen even de drukte vermijden als een OLC (open leercentrum) te druk voor ze is, ze kunnen een vervolgstap maken als de grens van remedial teaching is bereikt.

Die hulp krijgen ze van twee begeleiders. Verder zijn er drie docenten betrokken bij het PlusPunt, er is een medewerkster die verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken terwijl de leiding berust bij de zorgcoördinator.