MENU

Havo

De havo bereidt je voor op een vervolgstudie in het hbo (hoger beroepsonderwijs). Met een 
havo-diploma kun je ook overstappen naar de vijfde klas van het vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs).

Alle havo-/atheneumleerlingen krijgen in het eerste leerjaar dezelfde vakken, waarbij ze zowel theoretische kennis als praktische vaardigheden opdoen. Afhankelijk van je latere profielkeuze voor de bovenbouw sluit je na de onderbouw bepaalde vakken af.

Aan het einde van het eerste leerjaar kies je samen met je mentor en ouders een definitieve leerroute:

In leerjaar 3  kies je een ‘examenprofiel’ (vakkenpakket). Dat vakkenpakket bevat de volgende onderdelen:

  • Gemeenschappelijk deel

    • Nederlands
    • Engels
    • maatschappijleer
    • culturele en kunstzinnige vorming (ckv)
    • godsdienst
    • loopbaanoriëntatie en -begeleiding
    • profielwerkstuk
    • studiebegeleiding
    • lichamelijke opvoeding (lo)
  • Vrije deel

    • Een examenvak dat niet in het verplichte deel is gekozen, binnen de gegeven keuzemogelijkheden
  • Cultuur en maatschappij vakken

    • geschiedenis
    • keuze uit Duits of Frans
    • economie of aardrijkskunde
    • een van de volgende vakken: Frans, Duits, kunstvak beeldend, kunstvak muziek
  • Economie en maatschappij vakken

    • geschiedenis
    • economie
    • wiskunde-A of wiskunde-B
    • een van de volgende vakken: Frans, Duits, aardrijkskunde, M&O (management en organisatie)
  • Natuur en gezondheid vakken

    • biologie
    • scheikunde
    • wiskunde-A, wiskunde-B of wiskunde-BD
    • natuurkunde, aardrijkskunde of NLT (Natuur, Leven en Technologie)
  • Natuur en techniek vakken

    • natuurkunde
    • scheikunde
    • wiskunde-B of wiskunde-BD
    • een van de volgende vakken: informatica, biologie, wiskunde-D of NLT (natuur, leven en technologie)

De bovenbouw

Leren studeren

De havo leidt de leerlingen op voor, meestal, een HBO-opleiding. Na deze opleiding zullen de meeste havo-leerlingen een baan vinden waarbij naast specifieke kennis ook verwacht wordt dat deze ex-havo-leerling zelfstandig zijn werk kan doen, goed kan samenwerken en/of leiding kan geven.

Om dit straks te kunnen, werken we op school werken aan de volgende vaardigheden:

  • Kennis: leren hoe jij het beste kunt leren
  • Zelfstandig kunnen werken: leren plannen en je aan die planning houden, tevens leren inspelen op onverwachte situaties die die planning in de war schoppen
  • Samenwerken: leren om met verschillende mensen een klus te klaren, waarbij de leerling zelf oefent in de verschillende rollen in een samenwerking en in het aanspreken van elkaar als zaken niet goed gaan.

Opzet van de les en ondersteuning

Tijdens de lessen ligt het accent op diverse werkvormen, veel afwisseling, gestructureerde opdrachten. Er is een heldere structuur en er zijn duidelijke regels, die worden gecontroleerd op de naleving. Daarnaast vinden we de relatie tussen de docent en de leerling belangrijk. Zo mogelijk zijn er opdrachten die je samen met een aantal leerlingen uitvoert.
Zowel de mentor als de docent geven aandacht aan de manier waarop de leerling leert en samen met de leerling wordt er gekeken naar mogelijke verbeterpunten in dit leerproces.
Als een leerling een vak lastig vindt krijgt hij ondersteuning tijdens de normale vaklessen.

Profielwerkstuk

Aan het einde van de voorexamenklas begin je met je profielwerkstuk. Dat is de afsluitende opdracht voor één van de profielvakken uit je gekozen profiel. Met het profielwerkstuk kun je al je inzichten en studievaardigheden toepassen: documenteren, analyseren, samenvatten, formuleren, samenwerken, plannen en presenteren.
Nadat het werkstuk in het eindexamenjaar is afgerond, presenteer je jouw profielwerkstuk tijdens een feestelijke avond aan ouders, docenten, leerlingen uit de voorexamenklassen en door jou uitgenodigde gasten.

Het profielwerkstuk wordt beoordeeld met een cijfer. Samen met het cijfer voor godsdienst en maatschappijleer vormt dit cijfer jouw ’combinatiecijfer’.